30-01-06

Rauw-symposium

Omdat ik het zelf zo mooi niet kan neerpennen als Jan Vanderhaegen, vindt u hieronder zijn artikel uit Tiens Tiens dat verscheen naar aanleiding van het symposium 'Rauw, Raw, Brut' (17-19/11/2005) en de opening van een nieuwe vleugel van het museum Dr. Guislain.

Alleen jammer dat er wederom geen enkele verwijzing is naar het werk van kunstenaars met een mentale beperking dat er nochtans hangt zoals dat van Paul Duhem en Heide De Bruyne of AlexisLippstreu....

Om mijn onbeschaamd kopieerwerk goed te maken neem ik hun oproep over: “Red Tiens Tiens!Onze middelen stoppen begin 2006. Om ons voortbestaan te garanderen, hebben we ook uw steun nodig. Als u het collectief RADAR wil ondersteunen voor de publicatie van de stadskrant TiensTiens en voor andere geplande initiatieven, aarzel dan niet om een vrije bijdrage te storten op ons rekeningnummer bij de ethische bank Triodos: 523-0460379-92. Bij giften vanaf 12,5 euro ontvangt u TiensTiens bovendien een jaar lang (vier nummers) gratis in de bus!”

Rauwe kunst in het Guislainmuseum

Op 17 november ging het Museum Dr. Guislain van start met een nieuwe kunstvleugel, waarin Art Brut en Outsiderkunst een centrale plaats krijgen. Voor wie niet vertrouwd is met deze termen: het betreft werken van niet-professionele kunstenaars die bovendien meestal in een gemarginaliseerde positie zitten, zoals (ex-)psychiatrische patiënten, gevangenen, eenzaten,… De opening van deze vleugel ging gepaard met een tweedaags symposium. We vroegen tekst en uitleg aan Frederik De Preester en Martine Dumon van het Guislainmuseum.

Tegenwoordig zijn de termen ‘Art Brut’ en ‘Outsiderkunst’ eigenlijk zo goed als synoniem. “Het onderscheid tussen de twee termen is eerder historisch”, aldus Frederik De Preester. “Jean Dubuffet geldt algemeen als bedenker van de term ‘Art Brut’ (1947). Hij duidde daarmee op wat voor hem de enige ware kunst is. Kunst uit de marge, liefst zonder invloed van de maatschappij. De term Outsiderkunst komt dan weer van Roger Cardinal (1979).”

Beide termen sluiten aan bij een traditie die vanaf de late 19de eeuw ontstond, toen bepaalde psychiaters bijzondere aandacht ging besteden aan artistieke werken van geesteszieken. Naast artikels over wat toen nog ‘psychotische kunst’ heette, uitte deze belangstelling zich in het verzamelen van dergelijke werken en later in het oprichten van ateliers in psychiatrische klinieken, waarin patiënten zich artistiek konden uiten. De bekendste verzameling is deze van de Duitse psychiater Hans Prinzhorn, aanvankelijk bedoeld als studiemateriaal voor wat ‘een algemene psychologie van de kunst’ moest worden. Bizarre wending van de geschiedenis: de Prinzhorncollectie werd door de nazi’s in beslag genomen als toonvoorbeeld van ‘Entartete Kunst’. Ook de avant-gardebeweging (expressionisme, dadaïsme, …), die trouwens onder meer in het werk van psychiatrische patiënten een bron van inspiratie zocht, werd onder deze noemer gebracht.

Kunstvleugel
In de nieuwe vleugel staan naast de eigen collectie van het museum ook werken uit De Stadshof (Zwolle) centraal. Frederik De Preester: ”In De Stadshof is men niet echt opgezet met een te nauwe link met de psychiatrie. Vandaar een nieuwe selectie die het lichte en het speelse karakter van outsiderkunst vooropstelt. De link met de psychiatrie is wel explicieter aanwezig binnen het Museum Dr. Guislain. Een logische keuze als men weet dat het museum zich in de gebouwen bevindt van het oudste psychiatrisch centrum van het land (1852), dat zijn naam ontleent aan de man die algemeen geldt als België’s eerste psychiater. Bovendien bevinden zich in hetzelfde gebouwencomplex nog steeds een psychiatrische kliniek en een vormingscentrum voor psychiatrisch verpleegkundigen.

Is de link met de psychiatrie een selectiecriterium voor de werken die door het museum worden aangekocht? Martine Dumon: “Nee, niet echt. De aankooppolitiek van het museum is altijd al geweest dat de kwaliteit van het werk moet primeren, en dit zowel voor de werken van ‘outsiders’ als van ‘insiders’ die er worden getoond.”

Het is de bedoeling dat in de nieuwe vleugel, naast stukken uit de Stadshofcollectie, ook een aantal klassiekers uit de outsiderkunst, zoals Willem van Genk en Adolf Wölfli, te zien zullen zijn. Verder wil men ook ruimte bieden aan ‘insider’kunstenaars, dat zijn professionele kunstenaars die zich door outsiderkunst laten inspireren.

Maatschappelijke rol
Outsiderkunst kan de laatste tijd op heel wat belangstelling rekenen. Denken we bijvoorbeeld aan Henry Darger, wiens werk op de tentoonstelling ‘Verborgen Werelden’ te zien was en die postuum een cultstatus begint te krijgen tot ver buiten de kringen van de outsiderkunst.

Is er een verklaring voor het huidige succes van outsiderkunst? Frederik De Preester: “Dat komt waarschijnlijk door óns. Als museum hebben we een maatschappelijke rol te vervullen, onder meer door het bekend maken bij het grote publiek van werken die in de marge van de kunst en de maatschappij zijn ontstaan. Dat doen we niet alleen in de nieuwe vleugel, maar ook door outsiderkunst op te nemen in onze thematentoonstellingen, zoals in onze nieuwe expositie over “Pijn”. Onze rol bestaat er ook in de maatschappelijke randfactoren waarin deze werken gecreëerd worden, bespreekbaar te maken.”

Eerder dan als denktank ziet het museum zichzelf als een kruispunt tussen kunst (insider én outsider), psychiatrie en maatschappij. In die context wordt nauw samengewerkt met andere actoren uit de cultuur- en kunstwereld (o.a. Kunstencentrum Vooruit, SMAK) en het sociale en welzijnsveld (Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, Similes, Compagnie De Sporen).

20:37 Gepost door Sara | Permalink | Commentaren (0) | Tags: outsiderkunst, symposium, museum |  Facebook |